Het laatste deel van deze reeks gaat in op een aspect waar gedurende het verkoopproces niet veel bij wordt stilgestaan, maar juist daarna aan de orde komt: wat te doen als oud-hotelier na de overdracht?

Een sterke band
Bij familiehotels heeft de eigenaar in veel gevallen een sterke band met het hotel. Jarenlang heeft hij/zij dit geëxploiteerd en voor hem of haar hebben vaak ook ouders en zelfs grootouders hetzelfde gedaan. Wanneer een (familie)hotel eenmaal succesvol verkocht is, houdt dit bestaan als hotelier op. Hiermee verandert dus de rol die de oud-eigenaar jarenlang heeft gehad. Hoewel de hotelier voorafgaand aan het verkoopproces hierover heeft nagedacht – een familiehotel wordt meestal niet zomaar verkocht – blijkt die veranderde rol in de praktijk toch vaak moeilijker dan aanvankelijk gedacht.

Afstand nemen van identiteit
In plaats van het leiden van een hotel en vaak jaar in jaar uit, zeven dagen per week zorg dragen voor een onderneming, kan de hotelier nu gaan ‘genieten’ van zijn of haar vrijheid. Deze overgang blijkt vaak moeilijk. Waar de hotelier eerst een functie vervulde binnen de onderneming waarbij er behoefte was aan de kennis en de contacten die de hotelier bezat, blijkt deze behoefte na verkoop of verhuur veelal te zijn verdwenen. Het afstand doen van de onderneming kan het gevoel geven dat er ook afstand wordt gedaan van de identiteit van de ondernemer. Onderneming en identiteit zijn immers, zeker bij familiebedrijven, vaak nauw verbonden. En dit geldt zeker voor die hoteliers die binnen de (zakelijke) gemeenschap ter plaatse een actieve rol en plaats innamen.

Nadenken over de toekomst
Wanneer enkel de exploitatie is verkocht, krijgt de hotelier na verkoop de nieuwe rol van verhuurder en/of verpachter, en blijft een zekere mate van betrokkenheid bestaan. Bij verkoop van het geheel is de verandering gewoonlijk veel groter. Het is dan ook verstandig om voorafgaand aan een verkoopproces na te denken over de toekomst als ex-hotelier.

Menu